image 24-10 reading image man met bloem

Schrijvers lezen, deel XIII - Elke Geurts

september 24th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XIII: Elke Geurts.

Dat is waar ook!

Vandaag zal ik te weten komen wie ik ben. En dat maakt me nerveus. Naar deze informatie ben ik al zo lang op zoek. Nu zal helderziende Joost het me gewoon recht in mijn gezicht vertellen. En dat zal ik dan zijn.
Wie weet wat voor duister gedrocht hij in mij zal herkennen.

Zodra ik uit de bus stap, betrekt de lucht, begint het te hozen en raak ik de weg kwijt. Een kwartier te laat sta ik, druipend, voor de deur van helderziende Joost en bedenk dat het universum natuurlijk had willen voorkomen dat ik mijn ware zelf leerde kennen. Nog voor ik me om kan draaien, zwaait de deur open.
Ik herken die mensen meestal aan hun ogen. Ik ben eigenlijk bang voor die ogen. In een menigte pik ik ze er zo uit. De helderzienden. Of de waanzinnigen. Meestal ontwijk ik ze. Maar op de een of andere manier trek ik ze ook altijd aan.

Het zou leuk zijn als hij mij een uitnodiging stuurde dacht ik nadat ik de stukjes gelezen had van de schrijvers die bij Joost hun energie hadden laten lezen. Het zou een geweldig excuus zijn om een helderziende te bezoeken. Uit mezelf zou ik zoiets nooit doen. Ik ben een nuchter mens. Maar in functie mag alles. Onder het mom van het schrijverschap, ben je vrij. En wat wil een schrijver liever dan ‘gelezen’ worden?
Een paar dagen later al kreeg ik een mail van Joost. Hij had het gevoel dat hij mij eens wou lezen. De horror.

Maar nadat ik de uitnodiging enthousiast beantwoord had, bleef het stil. Een paar weken later stuurde ik nog eens een voorzichtig berichtje. Weer niets.
Hij moest spijt hebben. Hij had natuurlijk doorgekregen dat ik binnenkort doodging. Zo’n man las niet alleen de woorden, maar vooral de ongeschreven, begeleidende boodschap. En hij had echt geen zin om mij het slechte nieuws te moeten vertellen. Ik betaalde hem er tenslotte niet voor en dat stukje zou ik niet eens meer kunnen schrijven.
Na de zomer, ik was nog onder de levenden, las ik het stukje van Willemijn Dicke en besloot ik hem nogmaals te schrijven.

In de deuropening staat helderziende Joost. Hij is opvallend slank en lang en heeft inderdaad van die ogen. Ze springen uit zijn gezicht omdat hij zijn haar gemillimeterd heeft. Achter hem aan loop ik naar binnen.
Occulte samenzweringen, praten met geesten en een vreemd glimlachende helderziende met ogen die licht geven en dwars door je heen kijken. Hoe je dan sidderend op je stoel zit. Hoe geheimen bovenkomen. Of hoe je een parallelle wereld in verdwijnt en daar dan haast niet meer uitkomt. Daar dacht ik aan.

Maar dat valt tegen. Het heeft iets gewoons. Iets natuurlijks. Misschien is het zelfs logisch wat hij doet. Al weet ik niet precies wat hij doet. Hij volgt wel een systeem. Aan de hand van een roos begint hij me te ontleden.
Ik voel me er zelfs vrij snel op mijn gemak. En dat in een klein, wit kamertje, met een vreemde jongeman recht tegenover me. Op nog geen meter afstand. Hij op sokken. Ik op sportschoenen. Hij met z’n ogen de meeste tijd dicht. Ik met m’n ogen open.
Ik zie het al eerder beschreven playmobilpoppetje fier rechtop tussen de stenen staan. Ik ruik de wierook waar ik bij collega’s over gelezen heb. Er brandt een kaarsje. Hij vraagt me inderdaad een paar keer mijn naam hardop te zeggen. En dan lacht hij met gesloten ogen en zegt: ‘Hallo.’ Hij legt uit wie ik ben. En ligt vaak in een deuk van het lachen om wie er daar voor zijn geestesoog verschijnt. Die ik dus ben.

Wie ik ben, valt me niet tegen. Ik ben in wezen veel leuker dan ik gedacht had. En als je het zo bekijkt, heb ik het best goed voor elkaar allemaal. Hoe meer hij vertelt over wie hij voor zich heeft zitten, hoe meer diegene in mij weer tot leven komt. Een veel levenslustiger, vrijer en speelser type dan ik was in de bus hiernaartoe. Dat is waar ook, denk ik regelmatig. Zo ben ik! Dat is waar ook! Hoe kon ik dat vergeten zijn? Waar was ik dan gebleven?
Ik snap alleen niet waarom er vaak van die naargeestige teksten uit mij komen. Dat is niks voor mij.


Elke Geurts
(1973) studeerde dramaschrijven en literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Haar prozadebuut Het besluit van Dola Korstjens is in mei 2008 verschenen bij Nieuw Amsterdam. De bundel werd positief ontvangen door de pers, bereikte in 2009 de longlist van zowel de Debutantenprijs als de Gouden Uil en hoorde volgens de NRC bij de beste boeken van 2008. Ze schrijft nu aan haar tweede boek ‘Lastmens’, dat begin 2010 verschijnt.

Elke publiceert in verschillende literaire tijdschriften en houdt een weblog bij. Ze woont met man en dochtertje in Amsterdam.

Schrijvers niet lezen - Jan van Mersbergen

september 18th, 2009

Voor een keer een auteur die beschrijft hoe hij geen reading bij 24-10 heeft ervaren: Jan van Mersbergen. 

Ik…

… kreeg een mailtje waar boven stond: Aanbod, verzoek, voorstel, idee. Het mailtje was afkomstig van Joost Brummelkamp, een reader die al een flink aantal schrijvers een reading heeft gegeven waarna deze schrijvers daar een stukje over hebben geschreven op zijn site. Het aanbod luidde als volgt: Heb je zin om een reading te krijgen in mijn praktijk en daar als tegenprestatie een stukje over te schrijven?

Ik heb helemaal geen behoefte aan een reading, en ook niet aan inzichten en allerlei andere mogelijke gevolgen. Bovendien vind ik de tegenprestatie niet in verhouding staan tot wat me geboden wordt. Mensen kunnen van alles van een reading vinden, ik vind er bijzonder weinig van. Ik heb ik weet niet hoe veel van dit soort happenings meegemaakt, van Jomanda tot gebedsgenezers tot handopleggers tot mensen die aura’s kunnen lezen - niet voor mezelf overigens - en ik denk dat het voor heel veel mensen erg waardevol kan zijn, maar geen van deze mensen kon iets dat ik zelf niet kan en geen van deze mensen kon me ook maar iets wijs maken waar ik zelf niet achter kan komen, op mijn eigen manier. Misschien duurt dat iets langer, het zullen mijn eigen bevindingen zijn, en daardoor een stuk waardevoller, zelfs als ik er nooit achter kom. Dus.

Wat er ook achter zit: Ik schrijf niet zo maar voor iedereen een stuk tekst. Ik schrijf proza voor mezelf, soms schrijf ik voor de goodwill, en soms voor geld. Dit verzoek deed me denken aan mijn beroep als schrijver, dat door heel veel mensen ook niet op waarde geschat kan worden, zoals ik een reader misschien ook niet op waarde kan schatten, maar tegen bijvoorbeeld een timmerman, die helemaal niet op een tekst van mij zit te wachten, zal ik als schrijver nooit zeggen: Als ik nou over jou een stukje schrijf, dan ga jij voor mij, als tegenprestatie, een kast timmeren.

Dus ik heb de reader vriendelijk bedankt en terug gemaild dat ik geen behoefte aan een reading heb en dat hij vandaag dit stukje kan lezen, hier.

Jan van Mersbergen debuteerde in 2001 met de roman De grasbijter (Meulenhoff). Bij Cossee verscheen in 2003 De macht over het stuur en in 2005 De hemelrat.

In 2007 verscheen zijn vierde roman, Morgen zijn we in Pamplona, die al snel herdrukt werd. In september 2009 verschijnt de Duitse vertaling (Kunstmann), en medio 2010 de Franse (Gallimard). De filmrechten zijn verkocht aan IDTV. Zijn vijfde roman, Zo begint het, verscheen in april 2009.

Verder schrijft hij korte verhalen (Tirade, De Gids, Bunker Hill, VPRO’s Duizend woorden) en artikelen voor Sportgeschiedenis.nl.

Schrijvers lezen, deel XII - Willemijn Dicke

september 9th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XII: Willemijn Dicke.

De eerste keer dat Joost mij uitnodigde voor een reading in ruil voor een stukje zei ik dat ik dat ik nu voor te veel keuzes stond, en dat ik zo’n reading er even niet bij kon hebben. De tweede keer dat hij het vroeg, ongeveer een jaar later, zei ik dat het nu eindelijk uitstekend met mij ging, alles in balans en helemaal blij, en dat ik zo’n reading echt niet nodig had. Voor je het weet begint het gedonder weer, toch?

De nieuwsgierigheid won. Ik mailde deze maand of zijn aanbod nog steeds gold. Tegelijk aarzelde ik. De twijfel sloeg niet op Joost. Ik kende het weblog van Joost, en ik had hem ook per commentaardoos en soms per chat leren kennen. Het kon geen kwaaie zijn, die Joost. Maar was dat wel iets, zo’n reading? En wat is dat nu, het lezen van energie? Wat leest hij dan? Kilojoules? Hertz? Watt? Alles wat je niet kunt meten, wetenschappelijk kunt verifiëren en valideren wantrouw ik. God is dood. Vorige levens bestaan niet. Religie is vooral vrijheidsberovend. Homeopathie is patiëntenbedrog, om een paar van mijn mantra’s te noemen.

Dinsdagmorgen, de ochtend na mijn verjaardag. Ik had me voorgenomen om een open houding aan te nemen. Dat was het minste dat ik Joost verschuldigd was. Maar hoe die stem te onderdrukken in mij? Die levensgezel die al 39 jaar over mijn schouder meekijkt en de keuzes en ervaringen langs de rationele meetlat legt. Wat kan ermee door en wat niet?

Nou, die kristallen en stenen en beeldjes en sjaaltjes niet bijvoorbeeld. Dacht Joost nu echt dat daar een kracht vanuit ging?
Ik riep mezelf tot de orde. Zo kon het niets worden. Als er al iets was van energie en intuïtie, was ik die op deze manier wel aardig om zeep aan het helpen. Bovendien was het niet fair naar Joost, die helemaal open en ongewapend tegenover mij zat.

‘Ik ben nogal sceptisch over dit soort dingen. En ik geloof niet in vorige levens’ opende ik het gesprek.
Joost glimlachte.
‘Maar de laatste tijd raak ik vaker van het rechte pad. Eerst die gesprekken over spiritualiteit. En nu dit.’
‘Nog even en je zit bij Jomanda’ lachte Joost.

Hij zat tegenover me en sloot zijn ogen. Hij beschreef mij aan de hand van een bloem. Hoe zag mijn stengel eruit? De wortels? De knop? De blaadjes? Allemaal mooie en rake metaforen voor mijn karakter, mijn geschiedenis, mijn dromen en ervaringen.
Maar weer kwam die ongenode gast. Kan hij dit weten van mijn blog? Zegt hij dit niet bij iedereen? Is pijn in de pubertijd en moeders die meekijken over schouders niet een universeel thema?

Toen zag of las -hoe zeg je zoiets- Joost ‘een energie’ die niet bij mij hoorde.
Opeens voelde ik het gloeien in schouders, nek, oplopend tot aan mijn kruin. Een niet te missen sensatie, alsof ik zeer plotseling een plaatselijke koortsaanval had.
Niets zeggen hoor fluisterde de derde persoon. Als hij echt energie kan lezen, zou hij dit ook moeten opmerken. Laten we eens kijken hoe ver hij komt met zijn intuïtie.

Zonder een aanwijzing van mij gaf Joost precies die plekken aan waarop ik gloeide.
Hij legde uit wat er aan de hand was. Toen hij achter mij ging staan en dingen deed die ik niet begreep, ebde de hitte weer weg.

Dit is opmerkelijk, vond ook de derde persoon.

Het was prettig, al die punten van herkenning die Joost verhaalde in zijn reading. Dingen van vroeger, maar ook recente gebeurtenissen en de betekenis die je daaraan kunt geven. En ook de vragen op mijn antwoorden.
De rest van de dag kauwde ik op die vragen. En nog.

Zullen we nog eens teruggaan? vroeg de derde persoon voor het slapen gaan.
Ik sluit het niet uit.

Willemijn Dicke (1970) schreef Mea, dat in april 2009 werd uitgebracht door uitgeverij Atlas. ‘Sinds Onder Professoren van W.F. Hermans is er niet meer zo vrolijk bits geschreven over ijdeltuiten aan universiteiten en hogescholen’, vond de Limburger.
Al veel langer schrijft ze een weblog, Louterlog, dat in maart 2006 terecht genoemd werd in Rails als een van de vijf beste literaire weblogs van Nederland.

Willemijn werkt als Onderzoeker aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en woont in Rotterdam.

Schrijvers lezen, deel XI - Michel van Eeten

september 4th, 2009

Deze bijdrage stond al enige tijd op de agenda, meer volgt.

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XI: Michel van Eeten.

De Helderziende

Toen ik vertelde dat ik naar een helderziende ging, maande mijn vrouw me aan wel eerlijk te zijn tegen de man.
Maar het mooie van deze helderziende bleek dat je niet tegen hem kon liegen. Niet doelgericht, in ieder geval.

De helderziende heet Joost. Na afloop van onze sessie vroeg ik hem hoe hij zijn beroep benoemde. Hij zei: ‘Energie-reader.’ Dat lijkt me een geschikte naam voor een relatiegeschenk van Nuon. Of misschien voor de meteropnemer, wanneer managers besluiten dat de functieomschrijving ‘meteropnemer’ in al zijn nauwkeurigheid iets te weinig allure uitstraalt. Ik vond het enigszins ontsierend, misschien omdat ik die voorliefde niet begrijp voor het rondstrooien van brokjes Engels.

In het afgelopen jaar heeft Joost een kleine schare webloggers en schrijvers op bezoek gehad. Hij nodigt ze uit. De afspraak is: hij leest je energie en jij schrijft er een stukje over. Die stukjes plaatst Joost vervolgens op de site van zijn praktijk. Een van de sympathiekere vormen van marketing.

Op zijn eerste uitnodiging antwoordde ik terughoudend. Ik heb me vroeger door verschillende geliefdes laten overhalen me ‘open te stellen’ voor esoterische praktijken en die ervaringen hebben mijn nieuwsgierigheid tamelijk vakkundig uitgeroeid.

Na zijn tweede uitnodiging realiseerde ik me ineens dat ik mijn eigen scepsis niet meer interessant vond. Ik geloof er niet in, prima. Dat is nog geen reden je energie niet te laten readen.

En zo zat ik gistermiddag op een stoel in een bovenkamertje aan een Utrechts woonerf. Op zo’n stoel die je dwingt rechtop te zitten.
Joost zat op een identieke stoel recht tegenover me, op een meter afstand.
Terwijl hij zich concentreerde bekeek ik het interieur. Er lagen allerlei stenen op tafeltjes en plankjes, het soort stenen dat, om mij onbekende redenen, mensen in het alternatieve circuit tot een grote verzamelwoede weet te brengen.
Toen zag ik, tussen de stenen, een kleine bandiet.
Een zwart playmobielpoppetje met een zwarte cowboyhoed, een zwarte zakdoek over zijn neus en mond, twee kogelriemen om het bovenlijf en in elke hand een pistool. Alleen al dat bandietje maakte de reis naar Utrecht de moeite waard. Ik probeerde te bedenken wat het verhaal was van het bandietje. Dat er een verhaal was, leek me duidelijk.

Joost keek me recht in de ogen en zei dat hij af en toe zijn ogen dicht zou gaan doen. Dat vond ik een geruststellende mededeling. Ik kan niemand langer dan enkele seconden in de ogen kijken. Dan krijg ik het gevoel dat er stoppen op het punt staan door te slaan, ergens vlak achter mijn ogen. Met een uiterste wilsinspanning kan ik die tijdspanne soms oprekken, bijvoorbeeld als ik het idee heb dat wegkijken mijn zojuist gedane bewering leugenachtig doet voorkomen. Overigens zegt mijn vrouw dat ik dan gekweld kijk, hetgeen mijn waarachtigheid evenmin bevordert.

De sessie duurde anderhalf uur. Ik zei niets, op de mededeling na dat ik niets te zeggen had. Joost vroeg me alleen af en toe mijn naam uit te spreken.
‘Hallo, Michel van Eeten,’ antwoordde hij dan. Glimlachend. Met zijn ogen dicht.

Tijdens de sessie vertelde hij wat hij in mijn energie zag. Ik had niet verwacht iets nieuws te horen en hoorde dat dan ook niet. Wat niet wil zeggen dat het onjuist was of oninteressant. Maar ik vermoed dat een trouwe lezer van dit weblog me even accuraat zou kunnen ontleden.

Wat me voor Joost innam is dat hij zeer zorgvuldig en helder formuleerde. Dat hield hij anderhalf uur lang vol, ook als hij toch alleszins vage observaties probeerde te articuleren. Ik dacht: esoterie zou een stuk verdraaglijker zijn als andere beoefenaren dezelfde taalbeheersing als Joost zouden hebben.

De sessie begon met een sterk beeld dat mijn huidige preoccupaties zeer handzaam samenvatte. Gaandeweg de reading merkte ik dat mijn aandacht aan het verschuiven was. Ik begon Joost interessanter te vinden dan de mededelingen over mezelf. Na afloop probeerde ik hem te interviewen, maar hij moest zijn kinderen van school halen, dus dat was niet mogelijk. Ons schoolsysteem predikt tolerantie, zolang als iedereen maar tijdig zijn kinderen komt afhalen.

We namen afscheid bij zijn voordeur. Ik fietste twee keer verkeerd voor ik de uitgang van het woonerf had gevonden.

Michel van Eeten (1970) debuteerde in november 2008 met de roman Tegennatuur (inmiddels, september 2009, op de longlist voor de AKO-literatuurprijs). Sinds 2003 publiceert hij persoonlijke observaties over zijn leven en de wereld op Bijzinnen.com, waarvoor hij in 2008 de prijs voor best geschreven Nederlandse weblog kreeg.
Hij is wetenschapper en deed onder andere onderzoek naar cybercriminelen, treinconducteurs en rendiermanagers. Zijn proefschrift over vastgelopen milieucontroverses werd ooit te literair bevonden.

Schrijvers lezen, deel X - Nieuwjaarsverrassing!

januari 10th, 2009

Daar moest het eerst 10 januari voor worden. De “feestdagen” laten mij vaak met gemengde gevoelens achter, en waar het gaat om regelen, mailen en bijwerken heb ik het woord achterstalligheid een geheel nieuwe invulling gegeven.

Lekker wat opgespaard, dat wel. Daarom nu: drie keer Schrijvers lezen voor één geld. Alle drie zeer de moeite waard, naar mijn idee.

Schrijvers lezen deel VII - Merel Roze

Schrijvers lezen deel VIII - Ingmar Heytze

Schrijvers lezen deel IX - Charlotte Snel

Verder spreken de verhalen voor zichzelf, zoals gebruikelijk. Gelukkig 2009

Update: het wordpress-navigatiedinges is stuk (hangt opeens helemaal onderaan de pagina), dus daarom hier alle links voor wie wil weten wat er verder te beleven is in Schrijvers lezen:

Schrijvers lezen deel I - Ivo Victoria

Schrijvers lezen deel II - Charis

Schrijvers lezen deel III - Ramon Stoppelenburg

Schrijvers lezen deel IV - Walter van den Berg

Schrijvers lezen deel V - Gerbrand Bakker

Schrijvers lezen deel VI - David Mulder

Schrijvers lezen, deel IX - Charlotte Snel

januari 10th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel IX: Charlotte Snel.

Ik, Joost en het spook

We kunnen er natuurlijk honderdduizend namen voor verzinnen, maar Joost is gewoon een helderziende. En ik ben dol op helderzienden. Soms wou ik dat ik zelf helderziende was en vaak denk ik dat ik het ook wel een beetje ben. Ik doe er alleen niks mee, omdat ik nou eenmaal al voor een ander vak gekozen heb. Maar als ik zou vertellen wat ik bijvoorbeeld allemaal droom en hoe dat later uitkomt! Verbluffend, al zeg ik het zelf.
Ik ging dus naar een helderziende: Joost. Joost checkt de energie die iedereen om zich heen heeft hangen en kan daarmee zeggen wie en wat je bent. Ik ging samen met Merel, want die was ook gevraagd en bovendien: gezellig. En ook: minder eng. Want eng is het natuurlijk wel, zo’n vreemde man die in je energiebanen gaat zitten peuren en misschien wel allemaal dingen oppikt die strikt geheim zijn.
In het stuk van Charis had ik bijvoorbeeld gelezen dat Joost een kijkje in haar hoofd had genomen. Daarvan was ik al behoorlijk geschrokken. Kan die Joost dan mijn gedachten lezen? En wat als ik per ongeluk aan seks denk? Niet dat ik dat normaalgesproken altijd doe als ik tegenover een wildvreemde zit, maar denken aan seks is net zoiets als denken aan een roze olifant: als het niet mag is het onmogelijk om het niet te doen.
‘Kun jij in mijn hoofd kijken?’ vroeg ik streng aan Joost. ‘Neeeee,’ zei Joost geruststellend. ‘Alles wat jij denkt is van jou en dat blijft het ook als je het niet wilt delen.’ Daar was ik blij om, al had ik bij de hele eigendomskwestie van mijn gedachten nog niet eens echt stilgestaan. In elk geval kon ik naar hartenlust aan seks denken en toen ik dat eenmaal wist, hoefde het al niet meer.
Ik moest mijn naam zeggen. Keer op keer. Een paar van mijn voorgangers vonden het raar om hun eigen naam telkens te moeten zeggen, maar ik helemaal niet. Ik zeg mijn eigen naam in het dagelijks leven ook heel vaak, bijvoorbeeld altijd als ik de telefoon opneem. Zo voelde het ook een beetje. Af en toe raakte Joost het contact kwijt en dan belde hij me op. Niet echt, maar via de energetische communicatie waar hij een expert in is. En dan zei ik mijn naam.
‘Jouw wortels zijn heel licht en vrolijk,’ zei Joost. ‘Ze dansen alle kanten op. In de basis sta je heel vrolijk en optimistisch in het leven.’ ‘Nou, dat klopt als een bus,’ zei ik tevreden. Want ik kan namelijk best heel vrolijk zijn. Maar ook heel chagrijnig en vervelend en naar voor mijn omgeving. Mijn dark side leek Joost echter volkomen te ontgaan en dat vond ik prima.

‘Maar er is iets anders,’ zei Joost. Hij trok een treurig gezicht. Je hebt ook een… laten we het maar felle kant noemen.’ ‘Ja, laten we dat maar doen,’ zei ik. Joost in de maling nemen bleek toch minder eenvoudig dan het leek. ‘Je hebt al snel het gevoel dat je door anderen beperkt wordt,’ zei Joost. ‘Fascinerend,’ zei ik terwijl ik mijn gedachten snel weg probeerde te moffelen. Ik kreeg het vermoeden dat hij toch stiekem in mijn hoofd zat te loeren. Maar toen werd hij ergens door afgeleid. ‘Wacht even,’ zei Joost. ‘Er zit iemand doorheen te praten.’
Wát?! dacht ik fel. Er zit iemand door mijn reading heen te praten?! Wie doet zoiets? Zat Merel soms haar energie door het plafond heen te zenden? Werd het kamertje doorkruist door meer energiebanen dan die van mij en Joost? Oh ja. Mijn oma, natuurlijk. Die had er bij leven al een handje van alle aandacht naar zich toe te trekken. ‘Begint haar naam met een R?’ vroeg ik, Char indachtig. Maar Joost ging er niet op in.
Hij ging weer verder met het lezen van mijn energie en liet zich niet van zijn stuk brengen door de onzichtbare lieden die blijkbaar door de kamer zweefden en hun commentaar gaven. Ik liet mijn argwaan varen en toen werd het eigenlijk steeds leuker.
In de eerste plaats omdat alles wat hij over me vertelde waar was. Het is misschien een beetje onzinnig om naar een helderziende te gaan om alleen maar dingen te horen die je al weet, maar frappant was het wel. En ten tweede natuurlijk vanwege die onzichtbare lieden. Ik fantaseer graag over spoken en nu zat er gewoon eentje in de kamer, bij mij en de zachtjes doormurmelende Joost.
Echt interessant werd het toen hij me iets vertelde wat ik nog níet wist. Iets over mezelf en het aanwezige spook waar ik nog vaak aan moet denken. Soms moet ik er een beetje om lachen en soms geloof ik hartstochtelijk dat het waar is. Het zou heel veel verklaren, van de sombere buien die soms heb tot de onbegrijpelijke beslissingen die ik soms neem. Maar het is wel heel gek. Te gek om waar te zijn, eigenlijk.
Dat is het prettige aan Joost. Die vindt niets te gek om waar te zijn. Het lijkt hem niet veel uit te maken of je hem en dat wat hij doet serieus neemt of niet. Hij heeft geen glazen bol of iets dergelijks. Hij gaat gewoon zitten, absorbeert je energie en als je naar huis gaat, heb je het gevoel dat alles klopt. Helaas ebt dat gevoel na een tijdje wel weer weg. Maar dan heb je altijd de cd nog. Of je gaat gewoon nog een keer naar Joost.

Charlotte Snel is tekstschrijver, vroeger in dienst van een bureau, nu zelfstandig, en schrijft sinds februari 2002 op haar weblog Charlotte’s web, vroeger dagelijks, nu als het zo uitkomt.

Schrijvers lezen, deel VIII - Ingmar Heytze

januari 10th, 2009
Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel VIII: Ingmar Heytze.
Ik zit op een stoel in een rustige kamer in het heelal. Een man daalt af in mijn ziel. Het woord ‘ziel’ gebruik ik bij gebrek aan een beter woord, want ik weet eigenlijk niet wat een aura anders is. Ik kan ze zelf niet zien. Voor zover mijn ogen en hersens het kunnen zien, bestaan er geen aura’s – zoals er geen kleuren bestaan voor iemand die kleurenblind is. Als ik ooit iets zag dat een ander niet kon zien, waren het sluiers op mijn netvlies of een bliksemflits van hoofdpijn.

Waarom het beeld in me opkomt weet ik niet, maar terwijl de man zijn ogen dichtdoet om mijn aura beter te kunnen bekijken en me vraagt om mijn naam te herhalen, zie ik hem met een houten ladder een gat in dalen. Dat gat zal, vermoed ik, wel ergens bovenin mijn hoofd zitten. Ik kan me niet aan een zekere mate van opwinding ontrekken. Wat zal hij zien? Zou ik een vreemd aura hebben? Een rare, gestoorde ziel? En wat wil ik eigenlijk dat hij ziet: een doodnormaal aura, een ziel van dertien in een dozijn, een Opel Kadett-innerlijk? Dat zou ook niet erg vleiend zijn. Zou ik er nog snel iets aan kunnen doen? Hij heeft nu toch zijn ogen dicht! Is het mogelijk om je eigen aura zo voordelig mogelijk uit te laten komen? Kan je aura, zeg maar, zijn buik inhouden? Kortom, ik zit tegenover deze man en ik tob wat af, alsof ik, wanneer ik mijn ogen opendoe en naar beneden kijk, zal ontdekken dat ik opeens geen kleren meer aan heb. Mijn gedachten razen als muizen door mijn hoofd. Ik ben benieuwd of hij ze tegenkomt bij zijn afdaling in het grote, donkere landhuis van mijn geest.

Ik ben een man van woorden – daar zijn veel redenen voor en tijdens de reading komen we de meeste redenen vanzelf tegen – en zit, astraal gezien, naakt tegenover iemand wiens kijk op de dingen veel minder met denken dan met voelen te maken heeft. Geen wonder dat hij steeds in de lach schiet. De staat van mijn aura heeft blijkbaar een zekere komische waarde, maar de man lacht me niet uit. Hij lacht me toe, of beter nog: hij nodigt me van harte uit om met hem mee te lachen. Het voelt vreemd om te lachen om iets dat ik zelf niet kan zien, maar ik voel me er prettig bij. Ik ben, met al mijn tolerantie voor alle mogelijke vormen van religie, esoterie en alternatieve geneeswijzen, van mening dat twee plus twee vier is en dat we alles wat min of meer bovennatuurlijk is, zelf in ons hoofd hebben gehaald. Ik beschouw mezelf in dat opzicht zelfs niet als atheïst, maar als animist; ik ben een groot voorstander van het menselijk vermogen om overal bezieling in te leggen. Immers, wat is het schrijven van boeken en gedichten, muziek componeren en uitvoeren, beeldhouwen, schilderen, tekenen en de rest, wat is dat allemaal anders dan het bezielen van taal en materie? Wat is een kunstenaar anders dan een animist pur sang?

Het idee dat iemand een andere werkelijkheid kan waarnemen dan ik, staat daar tamelijk haaks op. En toch zit ik tegenover deze hartelijke lachende man, die op zijn eigen manier door me heen kijkt en daar verslag van doet. Hij heeft er gewoon voor op school gezeten, en is van mening dat iedereen het zou kunnen leren. ‘Ja,’ zeg ik, ‘Dat zeggen zangleraren ook altijd. Ze zeggen er niet bij dat niet iedereen het even goed zal leren.’ ‘Toch weet je dat het ergens wel waar is’, zegt hij. En dat is zo. Ik ben diep in mijn hart ook van mening dat iedereen een goede dichter zou kunnen worden, maar om de een of andere redenen komt niet iedereen daartoe. De man tegenover me komt over als een bijzonder talentvolle aura-lezer. Ik geef toen, ik heb weinig vergelijkingsmateriaal. Maar dat is de indruk die hij op me maakt, en in de dagen na de reading is die indruk alleen maar sterker geworden. Deze man weet waar hij mee bezig is. Zijn ladder is stevig, zijn verhaal klopt - en voor die relativerende lach zou je me dag en nacht wakker mogen maken.

De reading is, hoe kan het anders, persoonlijk van aard, en wordt afgesloten met een healing, die me in staat moet stellen om het resultaat van de reading met me mee te nemen (sure, mompelt het meer rationele deel van mijn geest). Toch blijkt het wel zo te werken; in de dagen die volgen denk ik vaak aan de dingen die de man met mij besproken heeft. Ik zou kunnen uitleggen waar we het over hadden, maar eigenlijk is het iets tussen hem en mij – ik denk ook niet dat iemand anders er iets aan zou hebben. Ik vertel liever hoe het me ná de reading is vergaan, want dat is bijzonder. Ik fietste naar huis, en merkte dat ik enigszins vermoeid was; alsof ik een lang, intensief gesprek had gevoerd, terwijl ik in feite niets had gedaan dan op een stoel zitten en luisteren naar wat de man me vertellen had. Ik mocht vragen stellen wanneer ik wilde, maar alles wat ik wilde weten kwam eigenlijk vanzelf aan bod. En alles was er nog, dagen later zelfs; het hele gesprek zat en zit nog in mijn hoofd, en als er een aanleiding voor is, komt er vanzelf een onderdeel van naar boven. En mocht ik het idee krijgen dat ik me iets niet goed kan herinneren, dan kan ik het gesprek gewoon terugluisteren op de computer, want ik heb een geluidsopname van het gesprek mee naar huis gekregen.

Wat heeft de reading opgeleverd? Verwondering, ook nu nog, over de impact ervan; alsof ik me elk moment dat de muizen in mijn hoofd te talrijk en beweeglijk worden, voor het eerst sinds lange tijd weer kan herinneren dat ik ooit een jongetje was geweest dat wist hoe het zat – een kleine sjamaan, een kind met een groot begrip van de wereld dat ik ergens onderweg heb weggestopt, maar dat ik nooit werkelijk ben kwijtgeraakt. Ik dacht dat de oplossing voor veel problemen ligt in het leven in het hier en nu, domweg omdat er niets anders is dan dat. Maar eigenlijk is leven in het hier en nu helemaal nergens een oplossing voor – het is natuurlijk wel zinnig om te aanvaarden dat het zo is, en heel goed om te beseffen dat er niks mis mee is, maar ik heb door de reading ontdekt dat je ook terug kunt kijken naar momenten dat je misschien wel een stuk wijzer was dan je nu bent. Mijn ‘ik’ van dit moment is, of ik dat nu wil of niet, het resultaat van alle momenten van mijn bestaan. Dat is een kapitale verzameling van momenten, en je bent gek als je daar geen gebruik van maakt. Bijvoorbeeld door je te herinneren wat je ooit wist, wat je belangrijk vond, wat er verkeerd ging en wat je daarvan leerde. Alles wat een mens zichzelf aan problemen kan aanpraten, komt voort uit het verleden; maar alle zelfkennis, zelfbegrip en relativering van je huidige problemen ook. Een bloem kan ook niet zonder zijn wortels of zijn stengel; in elk geval niet erg lang.

Een goede vriendin die vroeger modellenwerk heeft gedaan, nodigt een keer per jaar een professionele fotograaf uit om een persoonlijke fotosessie van haar te maken – ze wil zien hoe ze door de jaren heen verandert, hoe ze was, hoe ze wordt. Als ik terugdenk aan de reading met Joost Brummelkamp bedenk ik dat ik mijn aura minstens hetzelfde zou moeten gunnen.

Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht.
Sinds 1997 publiceerde hij zes dichtbundels, drie dagboeken en een bundel miniaturen.

Heytze trad, solo of met muzikanten, op tijdens verscheidene literaire festivals en bij vele andere gelegenheden, hij schrijft elke week een gedicht voor het AD Utrechts Nieuwsblad (Heytze op Vrijdag), gedichten in opdracht voor een veelheid aan opdrachtgevers en af en toe een groot artikel voor KIJK.

Zijn laatste bundel Elders in de wereld kwam uit op 22 februari 2008. De bundel bereikte de vijfde plaats in de HP Boekentoptien en moest binnen een maand worden herdrukt.
Op 11 november verscheen het kookboek De kok en de dichter, met recepten van kok Jeroen van Nijnatten en gedichten en verbindende teksten van Heytze.

Op 27 november ontving Ingmar Heytze de Utrechtse C.C.S. Croneprijs voor zijn gehele oeuvre.

De bundel Utrecht voor beginners, De Domstad in 125 gedichten verschijnt eind februari 2009.

Schrijvers lezen, deel VII - Merel Roze

januari 10th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel VII: Merel Roze.

Joost moet een groot vertrouwen in de mens hebben. Met gesloten ogen zit hij tegenover me. Ik kijk hem aan. Een verdieping beneden me zit Charlotte. In zijn huis. Wie weet wat zij beneden allemaal uitspookt. Ik zou nooit zomaar met gesloten ogen tegenover iemand gaan zitten die haar ogen zelf niet gesloten heeft. Ik kan hem namelijk de hele tijd ongegeneerd aanstaren. Zelf zou ik altijd stiekem tussen mijn wimpers door proberen te kijken of die ander niet toevallig gekke bekken trekt. Of ik zou zo af en toe plotseling een oog opendoen. Als verrassingselement.

Joost niet. Joost zit met zijn beide voeten stevig op de grond, zijn handen op zijn bovenbenen, ontspannen met zijn ogen dicht. Onder zijn oogleden zie ik zijn ogen heen en weer gaan, alsof hij echt aan het lezen is. Want dat is waarom ik vanavond bij Joost ben. Hij gaat mij lezen. Niet mijn boek, maar mijn energie.

Alweer een tijdje geleden stuurde Joost me een mailtje, waarin hij me vroeg of hij me een reading cadeau mocht doen, in ruil voor een stukje op mijn weblog. WTF?, dacht ik, en ik gooide het mailtje weg.

‘Heb jij ook mail gekregen van Joost Brummelkamp?’, vroeg Charlotte een dag later.

‘Ja’, zei ik. ‘Vage boel, hè?’

‘Mjwah’, zei Charlotte, en in deze mjwah voelde ik dat ze bedoelde: ‘Ik zou stiekem heel erg graag gaan, maar niet alleen, ik dacht misschien kunnen we samen gaan, misschien is er wel iets heel spannends met onze energie, misschien hebben we dan wel contact met het hiernamaals, of het verleden, ook al vind jij het helemaal niets.’

Ik kan dan wel geen energie lezen, maar ik ben wel heel goed in het lezen van Charlottes mjwahs.

‘We gaan het doen!’, zei ik, ineens enthousiast. Zo ben ik dan ook wel weer.

Toch een beetje zenuwachtig stonden we een aantal weken later in het pikdonker bij Joost op de stoep. Op een van de foto’s op zijn site had Joost een beetje gladjes geleken, maar in het echt was hij zeer vriendelijk en helemaal niet gladjes.

En hier zit ik dan. Hij kijkt me met zijn gesloten ogen heel vrolijk aan. Ik ontspan, blijkbaar is er niet iets zodanig mis met mijn energie dat hij me de kamer uit wil zetten. Stiekem had ik daar toch een beetje op gehoopt, dat ik er zo eentje zou zijn. Zo eentje met een noodlot. Maar nu hij vrolijk kijkt, zucht ik toch opgelucht dat ik niet zo dramatisch ben.

We beginnen met een roosreading. Ik wil mijn haar al losgooien en mijn hoofdschilfers op tafel strooien, om, als ware het theezakjes of koffiedik, erin te gaan turen, maar het gaat om een ander soort roos en ik hoef helemaal niets te doen. Behalve af en toe mijn naam zeggen. Verder doet Joost alles. Hij begint te praten. Over mijn roos. Een warme, zachte roos ben ik. Dat staat me wel aan. Hij vertelt over mijn bloem, de stengel, de wortels, de zon en over een groen, klotsend waterbed. Ik zit nu ongeveer twintig minuten binnen en het gekke is dat ik hem volkomen begrijp. Ik ben Charlotte vergeten. Joost praat. Over wie ik ben. Hoe ik de dingen gewoon ben te doen. Wat ik graag zou willen veranderen. Hij vraagt niet of het klopt wat hij zegt, hij praat gewoon door. Ik luister met rode oortjes, want ik herken heel erg veel. En steeds probeer ik mezelf erbij te houden, probeer ik mezelf voor te houden dat wat hij doet, niet wetenschappelijk bewezen is. Om vervolgens lekker weg te zakken, terwijl ik naar zijn stem luister, ik hem dingen hoor zeggen die zo waar zijn. Ik voel mezelf letterlijk ontspannen, mijn ogen nog steeds open, afdalen naar een andere energie, ik heb zelfs de neiging om mijn ogen dicht te doen… Maar dan ben ik weer helemaal bij. Ik kan niet zomaar gaan zitten ontspannen hier!

‘Je bent altijd alert’, zegt Joost met zijn ogen nog steeds dicht. Ik zwijg. Hij giechelt een beetje. ‘Het was grappig. Je leek een beetje ontspannen in je lichaam te zakken, maar je blijft toch waakzaam. Hop, daar was je weer.’

Op mijn hoede probeer ik te achterhalen welke truc hij toepast. Maar waarom zou ik eigenlijk? Ik ben hier niet om raadsels op te lossen. Ik mag hem wel, deze Joost. Hij lacht veel en praat in leuke metaforen. Ik heb het idee dat mijn energie er best mag zijn.

Na anderhalf uur zijn we klaar. Ik ben doodop, maar heel voldaan. Ik ga naar beneden en zeg tegen Charlotte dat het geen pijn doet. Zij kijkt me angstig aan. Terwijl zij naar boven gaat, lees ik een boek op de bank.

Het is nu enkele weken later. Het is opvallend hoe vaak de dingen die hij met me deelde weer bij me opkomen. Bij een terloopse handeling, bij een strubbeling of bij een onzeker moment komen daar de woorden van Joost. Ik zie de metafoor voor me die hij gebruikte. En het leuke is, dat ik dan vooral om mezelf moet lachen.

Merel Roze (1975) houdt sinds 2001 een weblog bij op www.merelroze.com en is freelance schrijver. Ze schreef twee romans: Fantastica (2006) en De weekenden waren voor haar (2008).

Schrijvers lezen, deel VI - David Mulder

december 16th, 2008

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel VI: David Mulder.

In het kleine kamertje waar de reading plaatsvindt staan twee stoelen tegenover elkaar. Strenge designstoelen met hoge rugleuningen. Een moderne laptop met bijbehorend microfoontje staat te zoemen op een laag tafeltje ernaast. Ik geef toe, ik denk in clichés. Want nee, Joost ging niet gekleed in een wit gewaad toen hij de deur voor me opende (maar, voor wie het wil weten, in een spijkerbroek en een colbert met een streepje). En nee, de kamer ligt niet vol kussens, kleden en grote bergkristallen maar draagt een strakke inrichting, tamelijk minimalistisch uitgevoerd.

Hier luister ik gedurende anderhalf uur naar Joosts stem, kijk ik naar zijn bebaarde gezicht, zijn gesloten ogen en de geamuseerde trek om zijn lippen, die zo nu en dan openbreekt in een schaterlach; Joost lijkt steeds volledig verrast door de beelden die hij voorgeschoteld krijgt. Door mij.

En dan heb ik het dus over voorschotelen in de meest luie zin van het woord, want ik span me er op geen enkele manier voor in. Ik zit. En ik wacht af. En ondertussen is kennelijk een onderbewuste David bezig met het uitventen van de meest intieme zielenroerselen. Enigszins beangstigend wel, omdat ik er geen enkele invloed op lijk te kunnen uitoefenen.

De moeder van mijn kinderen is van beroep therapeut. Op feestjes zijn er wel eens mensen die dan geschrokken zeggen: O jee, dan weet je precies wat ik nu denk. (À propos, dat zijn dezelfde mensen die tegen mij zeggen: O jee, een schrijver, uitkijken wat ik zeg anders komt het in een boek.) Natuurlijk weet een therapeut niet wat de ander denkt. En ik geloof ook niet werkelijk dat Joost gedachten kan lezen. Maar frappant was het wel, dat moment ergens halverwege de sessie.

Laat ik beginnen met opbiechten dat ik verre van een snelle jongen ben. Dus dat het ongeduld dat ik regelmatig aan de dag leg een tamelijk misplaatste eigenschap is. Maar allá, ik heb die eigenschap nu eenmaal en volgens mensen in mijn omgeving kun je jezelf maar beter niet veroordelen dus ik zeg het volmondig: het ging me allemaal veel te traag. Joost zat daar maar mijn bovenzintuiglijke ‘ik’ af te tasten met nog steeds die geamuseerde glimlach op zijn gezicht, telkens zijn zinnen langdurig onderbrekend om opnieuw te rade te gaan bij de kosmos en zodoende een stilte inlassend die mijn gedachten de kans gaf af te dwalen naar nogal aardse zaken zoals de transfer van Klaas Jan Huntelaar (voetballer) van Ajax (voetbalclub) naar Real Madrid (andere voetbalclub).

‘Spot on,’ dacht ik dus op z’n Engels toen Joost aangaf dat ik ‘liet zien’ niet te willen wachten op alle inzichten die er voor mij nog in het verschiet liggen. Ik wilde ze nú. ‘Sterker nog,’ ging hij verder, terwijl hij weer in de lach schoot, ‘je zit op dit moment te stampvoeten: “schiet nou op met dat verhaal van je!” ’

Ik ben als kind wel eens door mijn moeder betrapt met mijn vingers in haar portemonnee en het opgelaten gevoel van destijds vertoont treffende overeenkomsten met wat ik hier voelde. De braverik in mij probeerde de verdere sessie zo oplettend mogelijk te blijven.

Want ondertussen gaat het hier wel om Mijn Leven, dames en heren. En daar wil ik graag verder mee. Niet dat het nu stilstaat, maar toch, er zijn zo van die vragen waarvan ik meen dat er antwoorden op dienen te komen. En dat ik vervolgens weet hoe het zit. En dan eindelijk gelukkig kan worden.

Moet ik nou een vrouw? Of toch maar beter vrijgezel? Dat was de hamvraag waar ik mee aan kwam zetten. En ja, ik heb er een antwoord op gekregen. Niet van het pasklare soort waar ik waarschijnlijk op gehoopt had, maar wel iets bevredigends dat duidelijk maakt hoe onbelangrijk die keuze in wezen is en hoe veel meer het gaat om het beginsel dat ik trouw aan mezelf moet blijven. En dat, zolang ik dat doe, er iets vanzelfsprekends uit voortvloeit dat per definitie goed is. Of iets dergelijks, want hoewel ik hele dialogen uit comedyshows van 20 jaar geleden foutloos kan citeren ontglippen zaken die er echt toe doen me met een snelheid die me soms zorgen baart.

Enfin, ik krijg de opname van het gesprek nog thuisgestuurd, dus ik kan het een en ander nagaan. Het schijnt dat sommige mensen de hele sessie uittikken om de tekst elk moment te kunnen raadplegen. Misschien is dat ook wel wat voor mij. Jazeker, dat geeft me meteen de kans om wat te oefenen op de tienvingerige typkunst, waarin ik mij momenteel aan het bekwamen ben. Voilá: komen die stiltes toch nog van pas…

David Mulder (1970) is schrijver, en daarnaast muzikant, docent van schrijfcursussen en initiatiefnemer van het Utrechtse wijkvoetbaltoernooi ‘Lombok voetbalt’.

Zijn eerste boek was het goed ontvangen Bruiloften en partijen (2003).
Dat werd in 2007 gevolgd door Hexum, een roman over identiteit, over mannelijkheid en vrouwelijkheid en de inwisselbaarheid daarvan. ‘Alles zit er in: drama, liefde, spanning, hilariteit’ (zie ook hier).

Dit jaar kwam zijn jeugdboek Aartsrivalen uit.

David woont in Utrecht en werkt momenteel aan zijn derde roman.

Schrijvers lezen, deel V - Gerbrand Bakker

november 24th, 2008

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel V: Gerbrand Bakker.

Ik zat pal voor het raam in dat Utrechtse straatje. De gordijnen waren open. De kinderen in de school tegenover de Aura Reading-woning konden mij open en bloot zien zitten. Daar was ik me steeds van bewust, dat ik daar doodstil zat, niks zei, een beetje knikte zo nu en dan en dat die kinderen in de school zich misschien wel afvroegen wat die man daar deed, zo op een doodnormale dinsdagmiddag, een doordeweekse dag waarop hun vaders aan het werk waren, om geld te verdienen. Zittend in een stoel, blijkbaar gericht op iemand anders die in dat kamertje zat. Of staarde hij naar de muur tegenover zich?
Nee, die man luisterde naar wat Joost Brummelkamp tegen hem zei. Joost Brummelkamp zei heel veel. Maar op de een of andere manier kwam alles op hetzelfde neer. Er was één ding dat aankwam bij mij, één ding dat me de dagen daarna en ook nu (bijna drie weken later) nog steeds bezighoudt. In dat aura van mij zit iets waar ik diep over nadenken moet of wil, en dat ‘iets’ heeft Joost Brummelkamp losgewoeld. Ik kan moeilijk nadenken over mijzelf, dat heb ik nooit goed leren doen, en door deze lezing verkreeg ik inzichten.
Of ik zelf ook nog wensen had? Nee hoor, ik had geen wensen. Joost Brummelkamp ging daarom nog even een ‘aura-healing’ doen. De kinderen in de school aan de andere kant van het straatje begrepen er toen vast helemaal niks meer van. Ineens bleek er nog een andere man in dat kamertje te zijn. Een man die drentelde, bezwerende gebaren maakte, de man die al anderhalf uur op die stoel zat aanraakte. Zat die andere man nou met zijn gezicht in de schoot van de zittende man? De kinderen zullen met platte neuzen tegen de ruiten geplakt gezeten hebben. Ik was mij er niet van bewust dat mijn aura stuk was, en na de healing was ik mij er evenmin van bewust dat hij nu weer heel was. Ik had geen pijn; ik had geen idee van genezing.
Wat ik wel jammer vond, was dat er niemand even gezellig langskwam, zoals bij de vorige keer dat mijn aura gelezen werd. Toen kwam opa mij vertellen dat ik eindelijk eens normale kleren aan moest trekken en dat ik een schop onder mijn reet nodig had. Mijn eerste vriendinnetje kwam mij ook het een en ander vertellen. Bij de laatste had ik gedacht: je vertelt maar raak, ik leef en jij bent dood. Maar de schoolkinderen kregen in het kamertje niet meer dan twee mannen te zien. Er gebeurde niks engs of onverklaarbaars.
“Ik vind dat nou zo’n onzin!” riep iemand later tegen me, toen ik over mijn ervaringen vertelde. “Zo iemand leest niet je aura, hij ziet gewoon hoe je er bij zit. Alles wat zo iemand ziet of leest, komt uit jou!” Eh ja, antwoordde ik, und?

Gerbrand Bakker is geboren op 28 april 1962 in Wieringerwaard, als derde zoon in een boerengezin van zeven kinderen. Bracht meer dan 25 jaar van zijn leven door in verschillende schoolbanken, was ondertitelvertaler en is als ´vakbekwaam hovenier´ in te huren voor tuinontwerp en -onderhoud.

Hij schreef twee etymologisch woordenboeken voor kinderen (1997 en 1998), in 2006 samengevoegd tot het Junior Etymologisch Woordenboek. In 1999 kwam Perenbomen bloeien wit (Piramide) uit, zijn eerste roman voor kinderen.

In maart 2006 verscheen Boven is het stil, dat in mei het Gouden Ezelsoor won. Daarna volgden nominaties voor verschillende andere literaire prijzen (o.a. AKO en Libris). In april 2008 verscheen de 15e druk.
De vertaalrechten zijn inmiddels verkocht van Duitsland tot Korea. Ook de filmrechten zijn verkocht, en in 2009 zal Het Vervolg een toneelversie op de planken brengen.

Vanaf september 2007 schrijft hij elke week een column voor De Groene Amsterdammer, hij schreef een VPRO-kinderserie, en geeft in de winter schaatstrainingen bij AMVJ in Amsterdam.