image 24-10 reading image man met bloem

Archive for januari, 2009

Schrijvers lezen, deel X - Nieuwjaarsverrassing!

zaterdag, januari 10th, 2009

Daar moest het eerst 10 januari voor worden. De “feestdagen” laten mij vaak met gemengde gevoelens achter, en waar het gaat om regelen, mailen en bijwerken heb ik het woord achterstalligheid een geheel nieuwe invulling gegeven.

Lekker wat opgespaard, dat wel. Daarom nu: drie keer Schrijvers lezen voor één geld. Alle drie zeer de moeite waard, naar mijn idee.

Schrijvers lezen deel VII - Merel Roze

Schrijvers lezen deel VIII - Ingmar Heytze

Schrijvers lezen deel IX - Charlotte Snel

Verder spreken de verhalen voor zichzelf, zoals gebruikelijk. Gelukkig 2009

Update: het wordpress-navigatiedinges is stuk (hangt opeens helemaal onderaan de pagina), dus daarom hier alle links voor wie wil weten wat er verder te beleven is in Schrijvers lezen:

Schrijvers lezen deel I - Ivo Victoria

Schrijvers lezen deel II - Charis

Schrijvers lezen deel III - Ramon Stoppelenburg

Schrijvers lezen deel IV - Walter van den Berg

Schrijvers lezen deel V - Gerbrand Bakker

Schrijvers lezen deel VI - David Mulder

Schrijvers lezen, deel IX - Charlotte Snel

zaterdag, januari 10th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel IX: Charlotte Snel.

Ik, Joost en het spook

We kunnen er natuurlijk honderdduizend namen voor verzinnen, maar Joost is gewoon een helderziende. En ik ben dol op helderzienden. Soms wou ik dat ik zelf helderziende was en vaak denk ik dat ik het ook wel een beetje ben. Ik doe er alleen niks mee, omdat ik nou eenmaal al voor een ander vak gekozen heb. Maar als ik zou vertellen wat ik bijvoorbeeld allemaal droom en hoe dat later uitkomt! Verbluffend, al zeg ik het zelf.
Ik ging dus naar een helderziende: Joost. Joost checkt de energie die iedereen om zich heen heeft hangen en kan daarmee zeggen wie en wat je bent. Ik ging samen met Merel, want die was ook gevraagd en bovendien: gezellig. En ook: minder eng. Want eng is het natuurlijk wel, zo’n vreemde man die in je energiebanen gaat zitten peuren en misschien wel allemaal dingen oppikt die strikt geheim zijn.
In het stuk van Charis had ik bijvoorbeeld gelezen dat Joost een kijkje in haar hoofd had genomen. Daarvan was ik al behoorlijk geschrokken. Kan die Joost dan mijn gedachten lezen? En wat als ik per ongeluk aan seks denk? Niet dat ik dat normaalgesproken altijd doe als ik tegenover een wildvreemde zit, maar denken aan seks is net zoiets als denken aan een roze olifant: als het niet mag is het onmogelijk om het niet te doen.
‘Kun jij in mijn hoofd kijken?’ vroeg ik streng aan Joost. ‘Neeeee,’ zei Joost geruststellend. ‘Alles wat jij denkt is van jou en dat blijft het ook als je het niet wilt delen.’ Daar was ik blij om, al had ik bij de hele eigendomskwestie van mijn gedachten nog niet eens echt stilgestaan. In elk geval kon ik naar hartenlust aan seks denken en toen ik dat eenmaal wist, hoefde het al niet meer.
Ik moest mijn naam zeggen. Keer op keer. Een paar van mijn voorgangers vonden het raar om hun eigen naam telkens te moeten zeggen, maar ik helemaal niet. Ik zeg mijn eigen naam in het dagelijks leven ook heel vaak, bijvoorbeeld altijd als ik de telefoon opneem. Zo voelde het ook een beetje. Af en toe raakte Joost het contact kwijt en dan belde hij me op. Niet echt, maar via de energetische communicatie waar hij een expert in is. En dan zei ik mijn naam.
‘Jouw wortels zijn heel licht en vrolijk,’ zei Joost. ‘Ze dansen alle kanten op. In de basis sta je heel vrolijk en optimistisch in het leven.’ ‘Nou, dat klopt als een bus,’ zei ik tevreden. Want ik kan namelijk best heel vrolijk zijn. Maar ook heel chagrijnig en vervelend en naar voor mijn omgeving. Mijn dark side leek Joost echter volkomen te ontgaan en dat vond ik prima.

‘Maar er is iets anders,’ zei Joost. Hij trok een treurig gezicht. Je hebt ook een… laten we het maar felle kant noemen.’ ‘Ja, laten we dat maar doen,’ zei ik. Joost in de maling nemen bleek toch minder eenvoudig dan het leek. ‘Je hebt al snel het gevoel dat je door anderen beperkt wordt,’ zei Joost. ‘Fascinerend,’ zei ik terwijl ik mijn gedachten snel weg probeerde te moffelen. Ik kreeg het vermoeden dat hij toch stiekem in mijn hoofd zat te loeren. Maar toen werd hij ergens door afgeleid. ‘Wacht even,’ zei Joost. ‘Er zit iemand doorheen te praten.’
Wát?! dacht ik fel. Er zit iemand door mijn reading heen te praten?! Wie doet zoiets? Zat Merel soms haar energie door het plafond heen te zenden? Werd het kamertje doorkruist door meer energiebanen dan die van mij en Joost? Oh ja. Mijn oma, natuurlijk. Die had er bij leven al een handje van alle aandacht naar zich toe te trekken. ‘Begint haar naam met een R?’ vroeg ik, Char indachtig. Maar Joost ging er niet op in.
Hij ging weer verder met het lezen van mijn energie en liet zich niet van zijn stuk brengen door de onzichtbare lieden die blijkbaar door de kamer zweefden en hun commentaar gaven. Ik liet mijn argwaan varen en toen werd het eigenlijk steeds leuker.
In de eerste plaats omdat alles wat hij over me vertelde waar was. Het is misschien een beetje onzinnig om naar een helderziende te gaan om alleen maar dingen te horen die je al weet, maar frappant was het wel. En ten tweede natuurlijk vanwege die onzichtbare lieden. Ik fantaseer graag over spoken en nu zat er gewoon eentje in de kamer, bij mij en de zachtjes doormurmelende Joost.
Echt interessant werd het toen hij me iets vertelde wat ik nog níet wist. Iets over mezelf en het aanwezige spook waar ik nog vaak aan moet denken. Soms moet ik er een beetje om lachen en soms geloof ik hartstochtelijk dat het waar is. Het zou heel veel verklaren, van de sombere buien die soms heb tot de onbegrijpelijke beslissingen die ik soms neem. Maar het is wel heel gek. Te gek om waar te zijn, eigenlijk.
Dat is het prettige aan Joost. Die vindt niets te gek om waar te zijn. Het lijkt hem niet veel uit te maken of je hem en dat wat hij doet serieus neemt of niet. Hij heeft geen glazen bol of iets dergelijks. Hij gaat gewoon zitten, absorbeert je energie en als je naar huis gaat, heb je het gevoel dat alles klopt. Helaas ebt dat gevoel na een tijdje wel weer weg. Maar dan heb je altijd de cd nog. Of je gaat gewoon nog een keer naar Joost.

Charlotte Snel is tekstschrijver, vroeger in dienst van een bureau, nu zelfstandig, en schrijft sinds februari 2002 op haar weblog Charlotte’s web, vroeger dagelijks, nu als het zo uitkomt.

Schrijvers lezen, deel VIII - Ingmar Heytze

zaterdag, januari 10th, 2009
Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel VIII: Ingmar Heytze.
Ik zit op een stoel in een rustige kamer in het heelal. Een man daalt af in mijn ziel. Het woord ‘ziel’ gebruik ik bij gebrek aan een beter woord, want ik weet eigenlijk niet wat een aura anders is. Ik kan ze zelf niet zien. Voor zover mijn ogen en hersens het kunnen zien, bestaan er geen aura’s – zoals er geen kleuren bestaan voor iemand die kleurenblind is. Als ik ooit iets zag dat een ander niet kon zien, waren het sluiers op mijn netvlies of een bliksemflits van hoofdpijn.

Waarom het beeld in me opkomt weet ik niet, maar terwijl de man zijn ogen dichtdoet om mijn aura beter te kunnen bekijken en me vraagt om mijn naam te herhalen, zie ik hem met een houten ladder een gat in dalen. Dat gat zal, vermoed ik, wel ergens bovenin mijn hoofd zitten. Ik kan me niet aan een zekere mate van opwinding ontrekken. Wat zal hij zien? Zou ik een vreemd aura hebben? Een rare, gestoorde ziel? En wat wil ik eigenlijk dat hij ziet: een doodnormaal aura, een ziel van dertien in een dozijn, een Opel Kadett-innerlijk? Dat zou ook niet erg vleiend zijn. Zou ik er nog snel iets aan kunnen doen? Hij heeft nu toch zijn ogen dicht! Is het mogelijk om je eigen aura zo voordelig mogelijk uit te laten komen? Kan je aura, zeg maar, zijn buik inhouden? Kortom, ik zit tegenover deze man en ik tob wat af, alsof ik, wanneer ik mijn ogen opendoe en naar beneden kijk, zal ontdekken dat ik opeens geen kleren meer aan heb. Mijn gedachten razen als muizen door mijn hoofd. Ik ben benieuwd of hij ze tegenkomt bij zijn afdaling in het grote, donkere landhuis van mijn geest.

Ik ben een man van woorden – daar zijn veel redenen voor en tijdens de reading komen we de meeste redenen vanzelf tegen – en zit, astraal gezien, naakt tegenover iemand wiens kijk op de dingen veel minder met denken dan met voelen te maken heeft. Geen wonder dat hij steeds in de lach schiet. De staat van mijn aura heeft blijkbaar een zekere komische waarde, maar de man lacht me niet uit. Hij lacht me toe, of beter nog: hij nodigt me van harte uit om met hem mee te lachen. Het voelt vreemd om te lachen om iets dat ik zelf niet kan zien, maar ik voel me er prettig bij. Ik ben, met al mijn tolerantie voor alle mogelijke vormen van religie, esoterie en alternatieve geneeswijzen, van mening dat twee plus twee vier is en dat we alles wat min of meer bovennatuurlijk is, zelf in ons hoofd hebben gehaald. Ik beschouw mezelf in dat opzicht zelfs niet als atheïst, maar als animist; ik ben een groot voorstander van het menselijk vermogen om overal bezieling in te leggen. Immers, wat is het schrijven van boeken en gedichten, muziek componeren en uitvoeren, beeldhouwen, schilderen, tekenen en de rest, wat is dat allemaal anders dan het bezielen van taal en materie? Wat is een kunstenaar anders dan een animist pur sang?

Het idee dat iemand een andere werkelijkheid kan waarnemen dan ik, staat daar tamelijk haaks op. En toch zit ik tegenover deze hartelijke lachende man, die op zijn eigen manier door me heen kijkt en daar verslag van doet. Hij heeft er gewoon voor op school gezeten, en is van mening dat iedereen het zou kunnen leren. ‘Ja,’ zeg ik, ‘Dat zeggen zangleraren ook altijd. Ze zeggen er niet bij dat niet iedereen het even goed zal leren.’ ‘Toch weet je dat het ergens wel waar is’, zegt hij. En dat is zo. Ik ben diep in mijn hart ook van mening dat iedereen een goede dichter zou kunnen worden, maar om de een of andere redenen komt niet iedereen daartoe. De man tegenover me komt over als een bijzonder talentvolle aura-lezer. Ik geef toen, ik heb weinig vergelijkingsmateriaal. Maar dat is de indruk die hij op me maakt, en in de dagen na de reading is die indruk alleen maar sterker geworden. Deze man weet waar hij mee bezig is. Zijn ladder is stevig, zijn verhaal klopt - en voor die relativerende lach zou je me dag en nacht wakker mogen maken.

De reading is, hoe kan het anders, persoonlijk van aard, en wordt afgesloten met een healing, die me in staat moet stellen om het resultaat van de reading met me mee te nemen (sure, mompelt het meer rationele deel van mijn geest). Toch blijkt het wel zo te werken; in de dagen die volgen denk ik vaak aan de dingen die de man met mij besproken heeft. Ik zou kunnen uitleggen waar we het over hadden, maar eigenlijk is het iets tussen hem en mij – ik denk ook niet dat iemand anders er iets aan zou hebben. Ik vertel liever hoe het me ná de reading is vergaan, want dat is bijzonder. Ik fietste naar huis, en merkte dat ik enigszins vermoeid was; alsof ik een lang, intensief gesprek had gevoerd, terwijl ik in feite niets had gedaan dan op een stoel zitten en luisteren naar wat de man me vertellen had. Ik mocht vragen stellen wanneer ik wilde, maar alles wat ik wilde weten kwam eigenlijk vanzelf aan bod. En alles was er nog, dagen later zelfs; het hele gesprek zat en zit nog in mijn hoofd, en als er een aanleiding voor is, komt er vanzelf een onderdeel van naar boven. En mocht ik het idee krijgen dat ik me iets niet goed kan herinneren, dan kan ik het gesprek gewoon terugluisteren op de computer, want ik heb een geluidsopname van het gesprek mee naar huis gekregen.

Wat heeft de reading opgeleverd? Verwondering, ook nu nog, over de impact ervan; alsof ik me elk moment dat de muizen in mijn hoofd te talrijk en beweeglijk worden, voor het eerst sinds lange tijd weer kan herinneren dat ik ooit een jongetje was geweest dat wist hoe het zat – een kleine sjamaan, een kind met een groot begrip van de wereld dat ik ergens onderweg heb weggestopt, maar dat ik nooit werkelijk ben kwijtgeraakt. Ik dacht dat de oplossing voor veel problemen ligt in het leven in het hier en nu, domweg omdat er niets anders is dan dat. Maar eigenlijk is leven in het hier en nu helemaal nergens een oplossing voor – het is natuurlijk wel zinnig om te aanvaarden dat het zo is, en heel goed om te beseffen dat er niks mis mee is, maar ik heb door de reading ontdekt dat je ook terug kunt kijken naar momenten dat je misschien wel een stuk wijzer was dan je nu bent. Mijn ‘ik’ van dit moment is, of ik dat nu wil of niet, het resultaat van alle momenten van mijn bestaan. Dat is een kapitale verzameling van momenten, en je bent gek als je daar geen gebruik van maakt. Bijvoorbeeld door je te herinneren wat je ooit wist, wat je belangrijk vond, wat er verkeerd ging en wat je daarvan leerde. Alles wat een mens zichzelf aan problemen kan aanpraten, komt voort uit het verleden; maar alle zelfkennis, zelfbegrip en relativering van je huidige problemen ook. Een bloem kan ook niet zonder zijn wortels of zijn stengel; in elk geval niet erg lang.

Een goede vriendin die vroeger modellenwerk heeft gedaan, nodigt een keer per jaar een professionele fotograaf uit om een persoonlijke fotosessie van haar te maken – ze wil zien hoe ze door de jaren heen verandert, hoe ze was, hoe ze wordt. Als ik terugdenk aan de reading met Joost Brummelkamp bedenk ik dat ik mijn aura minstens hetzelfde zou moeten gunnen.

Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht.
Sinds 1997 publiceerde hij zes dichtbundels, drie dagboeken en een bundel miniaturen.

Heytze trad, solo of met muzikanten, op tijdens verscheidene literaire festivals en bij vele andere gelegenheden, hij schrijft elke week een gedicht voor het AD Utrechts Nieuwsblad (Heytze op Vrijdag), gedichten in opdracht voor een veelheid aan opdrachtgevers en af en toe een groot artikel voor KIJK.

Zijn laatste bundel Elders in de wereld kwam uit op 22 februari 2008. De bundel bereikte de vijfde plaats in de HP Boekentoptien en moest binnen een maand worden herdrukt.
Op 11 november verscheen het kookboek De kok en de dichter, met recepten van kok Jeroen van Nijnatten en gedichten en verbindende teksten van Heytze.

Op 27 november ontving Ingmar Heytze de Utrechtse C.C.S. Croneprijs voor zijn gehele oeuvre.

De bundel Utrecht voor beginners, De Domstad in 125 gedichten verschijnt eind februari 2009.

Schrijvers lezen, deel VII - Merel Roze

zaterdag, januari 10th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel VII: Merel Roze.

Joost moet een groot vertrouwen in de mens hebben. Met gesloten ogen zit hij tegenover me. Ik kijk hem aan. Een verdieping beneden me zit Charlotte. In zijn huis. Wie weet wat zij beneden allemaal uitspookt. Ik zou nooit zomaar met gesloten ogen tegenover iemand gaan zitten die haar ogen zelf niet gesloten heeft. Ik kan hem namelijk de hele tijd ongegeneerd aanstaren. Zelf zou ik altijd stiekem tussen mijn wimpers door proberen te kijken of die ander niet toevallig gekke bekken trekt. Of ik zou zo af en toe plotseling een oog opendoen. Als verrassingselement.

Joost niet. Joost zit met zijn beide voeten stevig op de grond, zijn handen op zijn bovenbenen, ontspannen met zijn ogen dicht. Onder zijn oogleden zie ik zijn ogen heen en weer gaan, alsof hij echt aan het lezen is. Want dat is waarom ik vanavond bij Joost ben. Hij gaat mij lezen. Niet mijn boek, maar mijn energie.

Alweer een tijdje geleden stuurde Joost me een mailtje, waarin hij me vroeg of hij me een reading cadeau mocht doen, in ruil voor een stukje op mijn weblog. WTF?, dacht ik, en ik gooide het mailtje weg.

‘Heb jij ook mail gekregen van Joost Brummelkamp?’, vroeg Charlotte een dag later.

‘Ja’, zei ik. ‘Vage boel, hè?’

‘Mjwah’, zei Charlotte, en in deze mjwah voelde ik dat ze bedoelde: ‘Ik zou stiekem heel erg graag gaan, maar niet alleen, ik dacht misschien kunnen we samen gaan, misschien is er wel iets heel spannends met onze energie, misschien hebben we dan wel contact met het hiernamaals, of het verleden, ook al vind jij het helemaal niets.’

Ik kan dan wel geen energie lezen, maar ik ben wel heel goed in het lezen van Charlottes mjwahs.

‘We gaan het doen!’, zei ik, ineens enthousiast. Zo ben ik dan ook wel weer.

Toch een beetje zenuwachtig stonden we een aantal weken later in het pikdonker bij Joost op de stoep. Op een van de foto’s op zijn site had Joost een beetje gladjes geleken, maar in het echt was hij zeer vriendelijk en helemaal niet gladjes.

En hier zit ik dan. Hij kijkt me met zijn gesloten ogen heel vrolijk aan. Ik ontspan, blijkbaar is er niet iets zodanig mis met mijn energie dat hij me de kamer uit wil zetten. Stiekem had ik daar toch een beetje op gehoopt, dat ik er zo eentje zou zijn. Zo eentje met een noodlot. Maar nu hij vrolijk kijkt, zucht ik toch opgelucht dat ik niet zo dramatisch ben.

We beginnen met een roosreading. Ik wil mijn haar al losgooien en mijn hoofdschilfers op tafel strooien, om, als ware het theezakjes of koffiedik, erin te gaan turen, maar het gaat om een ander soort roos en ik hoef helemaal niets te doen. Behalve af en toe mijn naam zeggen. Verder doet Joost alles. Hij begint te praten. Over mijn roos. Een warme, zachte roos ben ik. Dat staat me wel aan. Hij vertelt over mijn bloem, de stengel, de wortels, de zon en over een groen, klotsend waterbed. Ik zit nu ongeveer twintig minuten binnen en het gekke is dat ik hem volkomen begrijp. Ik ben Charlotte vergeten. Joost praat. Over wie ik ben. Hoe ik de dingen gewoon ben te doen. Wat ik graag zou willen veranderen. Hij vraagt niet of het klopt wat hij zegt, hij praat gewoon door. Ik luister met rode oortjes, want ik herken heel erg veel. En steeds probeer ik mezelf erbij te houden, probeer ik mezelf voor te houden dat wat hij doet, niet wetenschappelijk bewezen is. Om vervolgens lekker weg te zakken, terwijl ik naar zijn stem luister, ik hem dingen hoor zeggen die zo waar zijn. Ik voel mezelf letterlijk ontspannen, mijn ogen nog steeds open, afdalen naar een andere energie, ik heb zelfs de neiging om mijn ogen dicht te doen… Maar dan ben ik weer helemaal bij. Ik kan niet zomaar gaan zitten ontspannen hier!

‘Je bent altijd alert’, zegt Joost met zijn ogen nog steeds dicht. Ik zwijg. Hij giechelt een beetje. ‘Het was grappig. Je leek een beetje ontspannen in je lichaam te zakken, maar je blijft toch waakzaam. Hop, daar was je weer.’

Op mijn hoede probeer ik te achterhalen welke truc hij toepast. Maar waarom zou ik eigenlijk? Ik ben hier niet om raadsels op te lossen. Ik mag hem wel, deze Joost. Hij lacht veel en praat in leuke metaforen. Ik heb het idee dat mijn energie er best mag zijn.

Na anderhalf uur zijn we klaar. Ik ben doodop, maar heel voldaan. Ik ga naar beneden en zeg tegen Charlotte dat het geen pijn doet. Zij kijkt me angstig aan. Terwijl zij naar boven gaat, lees ik een boek op de bank.

Het is nu enkele weken later. Het is opvallend hoe vaak de dingen die hij met me deelde weer bij me opkomen. Bij een terloopse handeling, bij een strubbeling of bij een onzeker moment komen daar de woorden van Joost. Ik zie de metafoor voor me die hij gebruikte. En het leuke is, dat ik dan vooral om mezelf moet lachen.

Merel Roze (1975) houdt sinds 2001 een weblog bij op www.merelroze.com en is freelance schrijver. Ze schreef twee romans: Fantastica (2006) en De weekenden waren voor haar (2008).