image 24-10 reading image man met bloem

Archive for september, 2009

Schrijvers lezen, deel XIII - Elke Geurts

donderdag, september 24th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XIII: Elke Geurts.

Dat is waar ook!

Vandaag zal ik te weten komen wie ik ben. En dat maakt me nerveus. Naar deze informatie ben ik al zo lang op zoek. Nu zal helderziende Joost het me gewoon recht in mijn gezicht vertellen. En dat zal ik dan zijn.
Wie weet wat voor duister gedrocht hij in mij zal herkennen.

Zodra ik uit de bus stap, betrekt de lucht, begint het te hozen en raak ik de weg kwijt. Een kwartier te laat sta ik, druipend, voor de deur van helderziende Joost en bedenk dat het universum natuurlijk had willen voorkomen dat ik mijn ware zelf leerde kennen. Nog voor ik me om kan draaien, zwaait de deur open.
Ik herken die mensen meestal aan hun ogen. Ik ben eigenlijk bang voor die ogen. In een menigte pik ik ze er zo uit. De helderzienden. Of de waanzinnigen. Meestal ontwijk ik ze. Maar op de een of andere manier trek ik ze ook altijd aan.

Het zou leuk zijn als hij mij een uitnodiging stuurde dacht ik nadat ik de stukjes gelezen had van de schrijvers die bij Joost hun energie hadden laten lezen. Het zou een geweldig excuus zijn om een helderziende te bezoeken. Uit mezelf zou ik zoiets nooit doen. Ik ben een nuchter mens. Maar in functie mag alles. Onder het mom van het schrijverschap, ben je vrij. En wat wil een schrijver liever dan ‘gelezen’ worden?
Een paar dagen later al kreeg ik een mail van Joost. Hij had het gevoel dat hij mij eens wou lezen. De horror.

Maar nadat ik de uitnodiging enthousiast beantwoord had, bleef het stil. Een paar weken later stuurde ik nog eens een voorzichtig berichtje. Weer niets.
Hij moest spijt hebben. Hij had natuurlijk doorgekregen dat ik binnenkort doodging. Zo’n man las niet alleen de woorden, maar vooral de ongeschreven, begeleidende boodschap. En hij had echt geen zin om mij het slechte nieuws te moeten vertellen. Ik betaalde hem er tenslotte niet voor en dat stukje zou ik niet eens meer kunnen schrijven.
Na de zomer, ik was nog onder de levenden, las ik het stukje van Willemijn Dicke en besloot ik hem nogmaals te schrijven.

In de deuropening staat helderziende Joost. Hij is opvallend slank en lang en heeft inderdaad van die ogen. Ze springen uit zijn gezicht omdat hij zijn haar gemillimeterd heeft. Achter hem aan loop ik naar binnen.
Occulte samenzweringen, praten met geesten en een vreemd glimlachende helderziende met ogen die licht geven en dwars door je heen kijken. Hoe je dan sidderend op je stoel zit. Hoe geheimen bovenkomen. Of hoe je een parallelle wereld in verdwijnt en daar dan haast niet meer uitkomt. Daar dacht ik aan.

Maar dat valt tegen. Het heeft iets gewoons. Iets natuurlijks. Misschien is het zelfs logisch wat hij doet. Al weet ik niet precies wat hij doet. Hij volgt wel een systeem. Aan de hand van een roos begint hij me te ontleden.
Ik voel me er zelfs vrij snel op mijn gemak. En dat in een klein, wit kamertje, met een vreemde jongeman recht tegenover me. Op nog geen meter afstand. Hij op sokken. Ik op sportschoenen. Hij met z’n ogen de meeste tijd dicht. Ik met m’n ogen open.
Ik zie het al eerder beschreven playmobilpoppetje fier rechtop tussen de stenen staan. Ik ruik de wierook waar ik bij collega’s over gelezen heb. Er brandt een kaarsje. Hij vraagt me inderdaad een paar keer mijn naam hardop te zeggen. En dan lacht hij met gesloten ogen en zegt: ‘Hallo.’ Hij legt uit wie ik ben. En ligt vaak in een deuk van het lachen om wie er daar voor zijn geestesoog verschijnt. Die ik dus ben.

Wie ik ben, valt me niet tegen. Ik ben in wezen veel leuker dan ik gedacht had. En als je het zo bekijkt, heb ik het best goed voor elkaar allemaal. Hoe meer hij vertelt over wie hij voor zich heeft zitten, hoe meer diegene in mij weer tot leven komt. Een veel levenslustiger, vrijer en speelser type dan ik was in de bus hiernaartoe. Dat is waar ook, denk ik regelmatig. Zo ben ik! Dat is waar ook! Hoe kon ik dat vergeten zijn? Waar was ik dan gebleven?
Ik snap alleen niet waarom er vaak van die naargeestige teksten uit mij komen. Dat is niks voor mij.


Elke Geurts
(1973) studeerde dramaschrijven en literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Haar prozadebuut Het besluit van Dola Korstjens is in mei 2008 verschenen bij Nieuw Amsterdam. De bundel werd positief ontvangen door de pers, bereikte in 2009 de longlist van zowel de Debutantenprijs als de Gouden Uil en hoorde volgens de NRC bij de beste boeken van 2008. Ze schrijft nu aan haar tweede boek ‘Lastmens’, dat begin 2010 verschijnt.

Elke publiceert in verschillende literaire tijdschriften en houdt een weblog bij. Ze woont met man en dochtertje in Amsterdam.

Schrijvers niet lezen - Jan van Mersbergen

vrijdag, september 18th, 2009

Voor een keer een auteur die beschrijft hoe hij geen reading bij 24-10 heeft ervaren: Jan van Mersbergen. 

Ik…

… kreeg een mailtje waar boven stond: Aanbod, verzoek, voorstel, idee. Het mailtje was afkomstig van Joost Brummelkamp, een reader die al een flink aantal schrijvers een reading heeft gegeven waarna deze schrijvers daar een stukje over hebben geschreven op zijn site. Het aanbod luidde als volgt: Heb je zin om een reading te krijgen in mijn praktijk en daar als tegenprestatie een stukje over te schrijven?

Ik heb helemaal geen behoefte aan een reading, en ook niet aan inzichten en allerlei andere mogelijke gevolgen. Bovendien vind ik de tegenprestatie niet in verhouding staan tot wat me geboden wordt. Mensen kunnen van alles van een reading vinden, ik vind er bijzonder weinig van. Ik heb ik weet niet hoe veel van dit soort happenings meegemaakt, van Jomanda tot gebedsgenezers tot handopleggers tot mensen die aura’s kunnen lezen - niet voor mezelf overigens - en ik denk dat het voor heel veel mensen erg waardevol kan zijn, maar geen van deze mensen kon iets dat ik zelf niet kan en geen van deze mensen kon me ook maar iets wijs maken waar ik zelf niet achter kan komen, op mijn eigen manier. Misschien duurt dat iets langer, het zullen mijn eigen bevindingen zijn, en daardoor een stuk waardevoller, zelfs als ik er nooit achter kom. Dus.

Wat er ook achter zit: Ik schrijf niet zo maar voor iedereen een stuk tekst. Ik schrijf proza voor mezelf, soms schrijf ik voor de goodwill, en soms voor geld. Dit verzoek deed me denken aan mijn beroep als schrijver, dat door heel veel mensen ook niet op waarde geschat kan worden, zoals ik een reader misschien ook niet op waarde kan schatten, maar tegen bijvoorbeeld een timmerman, die helemaal niet op een tekst van mij zit te wachten, zal ik als schrijver nooit zeggen: Als ik nou over jou een stukje schrijf, dan ga jij voor mij, als tegenprestatie, een kast timmeren.

Dus ik heb de reader vriendelijk bedankt en terug gemaild dat ik geen behoefte aan een reading heb en dat hij vandaag dit stukje kan lezen, hier.

Jan van Mersbergen debuteerde in 2001 met de roman De grasbijter (Meulenhoff). Bij Cossee verscheen in 2003 De macht over het stuur en in 2005 De hemelrat.

In 2007 verscheen zijn vierde roman, Morgen zijn we in Pamplona, die al snel herdrukt werd. In september 2009 verschijnt de Duitse vertaling (Kunstmann), en medio 2010 de Franse (Gallimard). De filmrechten zijn verkocht aan IDTV. Zijn vijfde roman, Zo begint het, verscheen in april 2009.

Verder schrijft hij korte verhalen (Tirade, De Gids, Bunker Hill, VPRO’s Duizend woorden) en artikelen voor Sportgeschiedenis.nl.

Schrijvers lezen, deel XII - Willemijn Dicke

woensdag, september 9th, 2009

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XII: Willemijn Dicke.

De eerste keer dat Joost mij uitnodigde voor een reading in ruil voor een stukje zei ik dat ik dat ik nu voor te veel keuzes stond, en dat ik zo’n reading er even niet bij kon hebben. De tweede keer dat hij het vroeg, ongeveer een jaar later, zei ik dat het nu eindelijk uitstekend met mij ging, alles in balans en helemaal blij, en dat ik zo’n reading echt niet nodig had. Voor je het weet begint het gedonder weer, toch?

De nieuwsgierigheid won. Ik mailde deze maand of zijn aanbod nog steeds gold. Tegelijk aarzelde ik. De twijfel sloeg niet op Joost. Ik kende het weblog van Joost, en ik had hem ook per commentaardoos en soms per chat leren kennen. Het kon geen kwaaie zijn, die Joost. Maar was dat wel iets, zo’n reading? En wat is dat nu, het lezen van energie? Wat leest hij dan? Kilojoules? Hertz? Watt? Alles wat je niet kunt meten, wetenschappelijk kunt verifiëren en valideren wantrouw ik. God is dood. Vorige levens bestaan niet. Religie is vooral vrijheidsberovend. Homeopathie is patiëntenbedrog, om een paar van mijn mantra’s te noemen.

Dinsdagmorgen, de ochtend na mijn verjaardag. Ik had me voorgenomen om een open houding aan te nemen. Dat was het minste dat ik Joost verschuldigd was. Maar hoe die stem te onderdrukken in mij? Die levensgezel die al 39 jaar over mijn schouder meekijkt en de keuzes en ervaringen langs de rationele meetlat legt. Wat kan ermee door en wat niet?

Nou, die kristallen en stenen en beeldjes en sjaaltjes niet bijvoorbeeld. Dacht Joost nu echt dat daar een kracht vanuit ging?
Ik riep mezelf tot de orde. Zo kon het niets worden. Als er al iets was van energie en intuïtie, was ik die op deze manier wel aardig om zeep aan het helpen. Bovendien was het niet fair naar Joost, die helemaal open en ongewapend tegenover mij zat.

‘Ik ben nogal sceptisch over dit soort dingen. En ik geloof niet in vorige levens’ opende ik het gesprek.
Joost glimlachte.
‘Maar de laatste tijd raak ik vaker van het rechte pad. Eerst die gesprekken over spiritualiteit. En nu dit.’
‘Nog even en je zit bij Jomanda’ lachte Joost.

Hij zat tegenover me en sloot zijn ogen. Hij beschreef mij aan de hand van een bloem. Hoe zag mijn stengel eruit? De wortels? De knop? De blaadjes? Allemaal mooie en rake metaforen voor mijn karakter, mijn geschiedenis, mijn dromen en ervaringen.
Maar weer kwam die ongenode gast. Kan hij dit weten van mijn blog? Zegt hij dit niet bij iedereen? Is pijn in de pubertijd en moeders die meekijken over schouders niet een universeel thema?

Toen zag of las -hoe zeg je zoiets- Joost ‘een energie’ die niet bij mij hoorde.
Opeens voelde ik het gloeien in schouders, nek, oplopend tot aan mijn kruin. Een niet te missen sensatie, alsof ik zeer plotseling een plaatselijke koortsaanval had.
Niets zeggen hoor fluisterde de derde persoon. Als hij echt energie kan lezen, zou hij dit ook moeten opmerken. Laten we eens kijken hoe ver hij komt met zijn intuïtie.

Zonder een aanwijzing van mij gaf Joost precies die plekken aan waarop ik gloeide.
Hij legde uit wat er aan de hand was. Toen hij achter mij ging staan en dingen deed die ik niet begreep, ebde de hitte weer weg.

Dit is opmerkelijk, vond ook de derde persoon.

Het was prettig, al die punten van herkenning die Joost verhaalde in zijn reading. Dingen van vroeger, maar ook recente gebeurtenissen en de betekenis die je daaraan kunt geven. En ook de vragen op mijn antwoorden.
De rest van de dag kauwde ik op die vragen. En nog.

Zullen we nog eens teruggaan? vroeg de derde persoon voor het slapen gaan.
Ik sluit het niet uit.

Willemijn Dicke (1970) schreef Mea, dat in april 2009 werd uitgebracht door uitgeverij Atlas. ‘Sinds Onder Professoren van W.F. Hermans is er niet meer zo vrolijk bits geschreven over ijdeltuiten aan universiteiten en hogescholen’, vond de Limburger.
Al veel langer schrijft ze een weblog, Louterlog, dat in maart 2006 terecht genoemd werd in Rails als een van de vijf beste literaire weblogs van Nederland.

Willemijn werkt als Onderzoeker aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en woont in Rotterdam.

Schrijvers lezen, deel XI - Michel van Eeten

vrijdag, september 4th, 2009

Deze bijdrage stond al enige tijd op de agenda, meer volgt.

Auteurs beschrijven hoe zij een reading bij 24-10 hebben ervaren. Deel XI: Michel van Eeten.

De Helderziende

Toen ik vertelde dat ik naar een helderziende ging, maande mijn vrouw me aan wel eerlijk te zijn tegen de man.
Maar het mooie van deze helderziende bleek dat je niet tegen hem kon liegen. Niet doelgericht, in ieder geval.

De helderziende heet Joost. Na afloop van onze sessie vroeg ik hem hoe hij zijn beroep benoemde. Hij zei: ‘Energie-reader.’ Dat lijkt me een geschikte naam voor een relatiegeschenk van Nuon. Of misschien voor de meteropnemer, wanneer managers besluiten dat de functieomschrijving ‘meteropnemer’ in al zijn nauwkeurigheid iets te weinig allure uitstraalt. Ik vond het enigszins ontsierend, misschien omdat ik die voorliefde niet begrijp voor het rondstrooien van brokjes Engels.

In het afgelopen jaar heeft Joost een kleine schare webloggers en schrijvers op bezoek gehad. Hij nodigt ze uit. De afspraak is: hij leest je energie en jij schrijft er een stukje over. Die stukjes plaatst Joost vervolgens op de site van zijn praktijk. Een van de sympathiekere vormen van marketing.

Op zijn eerste uitnodiging antwoordde ik terughoudend. Ik heb me vroeger door verschillende geliefdes laten overhalen me ‘open te stellen’ voor esoterische praktijken en die ervaringen hebben mijn nieuwsgierigheid tamelijk vakkundig uitgeroeid.

Na zijn tweede uitnodiging realiseerde ik me ineens dat ik mijn eigen scepsis niet meer interessant vond. Ik geloof er niet in, prima. Dat is nog geen reden je energie niet te laten readen.

En zo zat ik gistermiddag op een stoel in een bovenkamertje aan een Utrechts woonerf. Op zo’n stoel die je dwingt rechtop te zitten.
Joost zat op een identieke stoel recht tegenover me, op een meter afstand.
Terwijl hij zich concentreerde bekeek ik het interieur. Er lagen allerlei stenen op tafeltjes en plankjes, het soort stenen dat, om mij onbekende redenen, mensen in het alternatieve circuit tot een grote verzamelwoede weet te brengen.
Toen zag ik, tussen de stenen, een kleine bandiet.
Een zwart playmobielpoppetje met een zwarte cowboyhoed, een zwarte zakdoek over zijn neus en mond, twee kogelriemen om het bovenlijf en in elke hand een pistool. Alleen al dat bandietje maakte de reis naar Utrecht de moeite waard. Ik probeerde te bedenken wat het verhaal was van het bandietje. Dat er een verhaal was, leek me duidelijk.

Joost keek me recht in de ogen en zei dat hij af en toe zijn ogen dicht zou gaan doen. Dat vond ik een geruststellende mededeling. Ik kan niemand langer dan enkele seconden in de ogen kijken. Dan krijg ik het gevoel dat er stoppen op het punt staan door te slaan, ergens vlak achter mijn ogen. Met een uiterste wilsinspanning kan ik die tijdspanne soms oprekken, bijvoorbeeld als ik het idee heb dat wegkijken mijn zojuist gedane bewering leugenachtig doet voorkomen. Overigens zegt mijn vrouw dat ik dan gekweld kijk, hetgeen mijn waarachtigheid evenmin bevordert.

De sessie duurde anderhalf uur. Ik zei niets, op de mededeling na dat ik niets te zeggen had. Joost vroeg me alleen af en toe mijn naam uit te spreken.
‘Hallo, Michel van Eeten,’ antwoordde hij dan. Glimlachend. Met zijn ogen dicht.

Tijdens de sessie vertelde hij wat hij in mijn energie zag. Ik had niet verwacht iets nieuws te horen en hoorde dat dan ook niet. Wat niet wil zeggen dat het onjuist was of oninteressant. Maar ik vermoed dat een trouwe lezer van dit weblog me even accuraat zou kunnen ontleden.

Wat me voor Joost innam is dat hij zeer zorgvuldig en helder formuleerde. Dat hield hij anderhalf uur lang vol, ook als hij toch alleszins vage observaties probeerde te articuleren. Ik dacht: esoterie zou een stuk verdraaglijker zijn als andere beoefenaren dezelfde taalbeheersing als Joost zouden hebben.

De sessie begon met een sterk beeld dat mijn huidige preoccupaties zeer handzaam samenvatte. Gaandeweg de reading merkte ik dat mijn aandacht aan het verschuiven was. Ik begon Joost interessanter te vinden dan de mededelingen over mezelf. Na afloop probeerde ik hem te interviewen, maar hij moest zijn kinderen van school halen, dus dat was niet mogelijk. Ons schoolsysteem predikt tolerantie, zolang als iedereen maar tijdig zijn kinderen komt afhalen.

We namen afscheid bij zijn voordeur. Ik fietste twee keer verkeerd voor ik de uitgang van het woonerf had gevonden.

Michel van Eeten (1970) debuteerde in november 2008 met de roman Tegennatuur (inmiddels, september 2009, op de longlist voor de AKO-literatuurprijs). Sinds 2003 publiceert hij persoonlijke observaties over zijn leven en de wereld op Bijzinnen.com, waarvoor hij in 2008 de prijs voor best geschreven Nederlandse weblog kreeg.
Hij is wetenschapper en deed onder andere onderzoek naar cybercriminelen, treinconducteurs en rendiermanagers. Zijn proefschrift over vastgelopen milieucontroverses werd ooit te literair bevonden.